Rationele argumenten & geloven

Geschreven door Elianne de Jong.

‘De natuurlijke aanleg die begint bij kinderen wordt in onze maatschappij op zoveel gebieden gecultiveerd, maar wanneer het op geloven en religie aankomt wordt er aangestuurd op het afleren ervan.’

‘Uit religie zie je slechtheid voortkomen, dus het kan beter niet bestaan. Maar uit gezinnen zien we toch ook zoveel kwaad voortkomen? De meeste trauma’s en pijnplekken die we als mens opdoen, komen vanuit het gezin waarin we zijn opgegroeid. Gezinnen schaffen we toch ook niet af?’

‘Het niet openhouden van alle opties hoort ook bij het volwassen worden. Op geloofsgebied kan het in die lijn ook heel gezond zijn om je ergens aan toe te vertrouwen.’

‘Geloven moet volgens de maatschappij altijd losstaan van de (culturele) afkomst. Maar atheïsme staat daar ook niet los van.’

Een aantal prikkelende uitspraken uit de afgelopen thema-avond met Stefan Paas. ‘Ja, goed punt’, dacht ik vaak. En: ‘wauw, dit voorbeeld is écht goed’.

Voordat hij zijn verhaal begon, vertelde hij dat we als gelovigen al achter staan als het gaat om argumentatie. Status en populariteit bepaalt namelijk hoe sterk je argumentatie moet zijn voordat mensen er in meegaan. De positiviteit van topsport is bijvoorbeeld algemeen geaccepteerd, maar geloven staat veel meer onderaan de ladder.

Geloven is eigenlijk heel gezond. En toen een aantal feitelijke redenen daarvoor. Dit was het begin van de inhoud waarin hij dook op onze thema-avond. Mensen blijken bijvoorbeeld gemiddeld vrijgeviger en kijken meer naar elkaar om. Feiten over gelovige mensen, gewoon om op je in te laten werken.

Daarna ging het verder. Hij maakte onderscheid tussen verschillende opties om te geloven. Bijvoorbeeld het ‘vliegend spaghetti monster’ en een theepot die in het heelal zouden kunnen zweven. Hoewel dit soms zo wordt neergezet, staat dit volgens hem niet op gelijke hoogte met het geloven in een God. Zo heeft de afwezigheid van een eventuele theepot niet bepaald gevolgen voor de wereld en kan men twijfelen aan de ‘scheppende potentie’ van een vliegend spaghetti monster.

God is volgens Stefan Paas niet los te maken van de werkelijkheid, hoewel Hij soms wel zo wordt neergezet. Als een meneer op zolder, die we vrijwel nooit zien en alleen maar beneden komt voor de ‘special effects’. ‘Het is eigenlijk net als met de schrijver van een lied. Wat zou er anders zijn aan een lied als de schrijver er niet was geweest? Natuurlijk was het lied er dan überhaupt niet geweest.’ Zo onlosmakelijk verbonden en verweven is God met de wereld en de mensen die erop leven die Hij heeft gemaakt.

Een herkenbare opmerking vond ik dat Stefan Paas aangaf dat mensen soms kunnen zeggen dat ze het mooi vinden om te geloven, maar terwijl ze dat zeggen te merken is dat ze zichzelf hier te slim of te weldenkend voor vinden. Geloof en God worden op die manier neergezet alsof geloven een soort behoefte-vervuller is. ‘Gelukkig niet!’, dacht ik toen. Dat zou zo goedkoop zijn en maakbaar. De God aan Wie we álles te danken hebben, kan ik juist vertrouwen en mezelf door laten leiden doordat Hij mijn behoeften niet op mijn wenken bedient. Dit laat zijn God-zijn, het ‘groter dan mijzelf’ en ‘almachtige en alwetende’ zien, waardoor Hij het vaak ook daadwerkelijk beter weet dan ikzelf. Welke rol hebben wij als christenen in het bestaan van dit onterechte beeld? Zoals Stefan aangaf, kunnen we hierbij soms ook kritisch naar onze beeldvorming en liederen kijken.

Stefan Paas liet ook ruimte voor het wonderlijke en onverklaarbare van het evangelie. Hoe rationeel je het ook maar wilt bekijken, een God die zelf het lijden op zich neemt gaat zoveel verder dan dat… Soms kun je pas kijken wat er achter een deur zit als je deze open doet.