Tongentaal

“Met onze tong zegenen we onze Heer en Vader, en we vervloeken er mensen mee die God heeft geschapen als zijn evenbeeld. Uit dezelfde mond klinkt zegen en vervloeking. Dat kan toch niet goed zijn, broeders en zusters?” – Jakobus 3: 9, 10

Eens in de zoveel tijd hoor ik een preek die me langer bezighoudt dan een minuut of 13. Bovenstaande tekst zette me de afgelopen weken goed aan het denken na een goede preek. Hoe kun je je tong beheersen? Als ik aan zelfbeheersing denk, denk ik al snel aan seksuele zonden, koopverslaving of te veel eten. Maar onze tong is minstens net zo dodelijk.

Hoe snel flapt er niet een negatief woord uit tegen een collega, je moeder of je konijn? Hebben we door welk effect onze woorden hebben op onze naasten? (Voor de iets minder gereformeerden onder ons: je ‘naasten’ is zo’n beetje iedereen)

Met onze tong zingen we 10.000 worshipsongs, en praten we in de pauze over dat lekkere ding van die andere afdeling. Met onze tong bidden we voor onze vrienden, en fluisteren we verwensingen naar de docent die een lastige bui heeft. Dat kan toch niet goed zijn, broeders en zusters?

Ik heb een uitdaging voor je. Betrap je er de komende dagen eens op hoe vaak je je tong verkeerd gebruikt. Durf eens je mond dicht te houden, terwijl er sarcasme uit je keel komt rollen. Verslik je eens in negatieve woorden. En adem daarna uit in vrede. Al klinkt die zin alsof dat je laatste adem zou zijn. Ga je deze strijd aan met jezelf? Ik doe met je mee.